Secretariaatadres:
Jan Steenstraat 31
7141 XH GROENLO
secretariaat@stichtingsvp.nl

Erfelijkheid

CF kun je niet zomaar krijgen. Het is een erfelijke ziekte. Eén op de 3600 zwangerschappen leidt tot een kind met Cystic Fibrosis. Dit lijkt weinig maar zoals reeds eerder genoemd is Cystic Fibrosis hiermee toch één van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen onder het blanke ras. Alleen als beide ouders drager zijn van de erfelijke eigenschap die Cystic Fibrosis bepaalt (het Cystic Fibrosis gen), bestaat de kans dat hun kind de ziekte heeft. De kans dat iemand drager is van het Cystic Fibrosis gen is 1 op 30. Dit betekent dat ongeveer een half miljoen Nederlanders drager zijn van Cystic Fibrosis!. Een drager 'draagt' de erfelijke eigenschappen van Cystic Fibrosis met zich mee. Deze persoon heeft de ziekte zelf niet en weet over het algemeen dan ook niet dat hij/zij drager is van het Cystic Fibrosis gen. Hij/zij kan echter de erfelijke eigenschappen van Cystic Fibrosis wel aan het nageslacht doorgeven. Wanneer een kind wordt geboren waarvan beide ouders drager zijn, is er een kans van 1 op 4 (=25%) dat het kind ook daadwerkelijk Cystic Fibrosis heeft. De kans dat het kind gezond is, maar wel een nieuwe drager is van het Cystic Fibrosis gen, bedraagt 2 op 4 (=50%). De kans op een gezond kind dat geen drager is, is eveneens 1 op 4 (=25%). Bij elke volgende zwangerschap liggen die kansen weer hetzelfde. Dit overervingpatroon heet recessief erfelijk.

Dragerschaponderzoek wordt verricht door verschillende Centra voor Klinische Genetica. Deze centra kunnen met bijna volledige zekerheid dragerschap vaststellen. Wanneer dit onderzoek geen dragerschap uitwijst, dan blijft een zeer geringe kans bestaan dat men een Cystic Fibrosis gen met zich meedraagt dat nog niet bekend is, of nog niet onderzocht kan worden. Een reden om na te gaan of iemand drager is als CF in de naaste familie voorkomt.