CF kun je niet zomaar krijgen. Het is een erfelijke
ziekte. Eén op de 3600 zwangerschappen leidt tot een kind
met Cystic Fibrosis. Dit lijkt weinig maar zoals reeds eerder genoemd
is Cystic Fibrosis hiermee toch één van de meest voorkomende
erfelijke aandoeningen onder het blanke ras. Alleen als beide ouders
drager zijn van de erfelijke eigenschap die Cystic Fibrosis bepaalt
(het Cystic Fibrosis gen), bestaat de kans dat hun kind de ziekte
heeft. De kans dat iemand drager is van het Cystic Fibrosis gen
is 1 op 30. Dit betekent dat ongeveer een half miljoen Nederlanders
drager zijn van Cystic Fibrosis!. Een drager 'draagt' de erfelijke
eigenschappen van Cystic Fibrosis met zich mee. Deze persoon heeft
de ziekte zelf niet en weet over het algemeen dan ook niet dat hij/zij
drager is van het Cystic Fibrosis gen. Hij/zij kan echter de erfelijke
eigenschappen van Cystic Fibrosis wel aan het nageslacht doorgeven.
Wanneer een kind wordt geboren waarvan beide ouders drager zijn,
is er een kans van 1 op 4 (=25%) dat het kind ook daadwerkelijk
Cystic Fibrosis heeft. De kans dat het kind gezond is, maar wel
een nieuwe drager is van het Cystic Fibrosis gen, bedraagt 2 op
4 (=50%). De kans op een gezond kind dat geen drager is, is eveneens
1 op 4 (=25%). Bij elke volgende zwangerschap liggen die kansen
weer hetzelfde. Dit overervingpatroon heet recessief erfelijk.
Dragerschaponderzoek
wordt verricht door verschillende Centra voor Klinische Genetica.
Deze centra kunnen met bijna volledige zekerheid dragerschap vaststellen.
Wanneer dit onderzoek geen dragerschap uitwijst, dan blijft een
zeer geringe kans bestaan dat men een Cystic Fibrosis gen met
zich meedraagt dat nog niet bekend is, of nog niet onderzocht
kan worden. Een reden om na te gaan of iemand drager is als CF
in de naaste familie voorkomt.